Regen….

Het regende gisteren.
En vanmorgen, vanmiddag, onafgebroken.
Toen was ik het zo zat ik hem  streng toesprak.
Heel kwaad met een keiharde stem.
En weet je wat? Het stopte meteen.
Je  zou er bijgelovig door worden.

Spiegelbeeld


Dat was de enige persoon van wie het meisje hield.

Ze leefde met haar  en ze vertrouwde haar alles toe.
Die gaf aan of de haren goed zaten. De schoenen bij de broek pasten en hoe de nieuwste mode haar stond.  Lachte mee bij maffe make-up

Huilde om ruzies met foute jongens.
Ook de geheime dingetjes hoorde ze aan maar verklapte nooit iets aan wie dan ook.
Niemand anders kwam zo perfect in aanmerking als hartsvriendin.
De moeder zag het aan.
Narciste,   noemde ze haar dochter die het, geraakt en woedend, vertelde waarop de spiegel een gezicht trok.
En brak.
==
===

Zussenlessen.

Denkend aan de zus (89) die onlangs overleden is schoot me een lachwekkend  meemaaksel te binnen.
Ze was begin twintig en kreeg een oud brommertje, een soort solex.
Er zat geen achterlicht op en de rem was naatje maar ze wilde het ding die avond uitproberen.
Ik (toen 12  jaar) mocht achterop,  we zouden een rondje rijden.
Het ging heel aardig en met het voorlicht kon ze de weg prima vinden. 
‘Leuk hè?’ schreeuwde ze achterom. We genoten.
Tot er opeens een paar politieagenten verschenen, hadden we niet zien aankomen. 
Ze stopte maar die rem….
Enfin, uiteindelijk stonden we stil, de agenten ook.
‘Kunt u niet remmen?’
‘Nee, ziet U,’  begon zus,  overvriendelijk, ‘ik ken het nog niet zo goed’ en ze lachte er gezellig bij. 
‘En geen achterlicht, juffrouw.’
Zus deed verbaasd. ‘O neehee? Goh, daar wist ik niks van, ik zal het thuis meteen in orde maken.’
Het hielp niet, de agent pakte zijn boekje en vroeg naam, adres, zei iets van boete.
Zus’  gezicht veranderde op slag.
‘Dat vind ik flauw ..’  begon ze, narrig dat haar houding niet hielp.

Later lachten we er nog vaak om.  ‘Zag je hoe ver we uitreden?’ 
Van grote zussen steek je heel wat op. 
==

Fukushima

De televisieprogramma’s boeien me  zelden.
Maar het eerste deel van  fukushima-een-kernramp-van-binnenuit
heb ik met aandacht bekeken.
We herinneren ons het schrikken ervan, hadden diep meelij en wisten er niets op te zeggen.  Bij het terugzien van de beelden word ik opnieuw stil.
Toch ga  ik ook het tweede deel bekijken.
Een keertje geen commentaar leveren zal me geen kwaad doen.
===

Even niets verzinnen.

Van mijn clubje is iemand overleden. Hij was negenentachtig, zeer ziek en we gunnen hem zijn rust
Van een ander is de echtgenoot ziek en wordt niet meer beter.
Hij is niet de enige, een paar andere vrouwen kennen het eveneens.
Een clublid is zelf ziek en hoopt volledig te genezen. We doen met haar mee,  praten en lachen, niet minder dan een jongerengroep.
Realisme viert hoogtij zonder te verharden.

Toen ik me aanmeldde  had ik er niet bij stilgestaan dat bovenstaande inherent is aan een seniorengroep: het gros van de ouderen is (redelijk) gezond maar ziekte en dood horen er bij.
Nu herinner ik me mijn ouders en hun eigen groepje indertijd, 80+ en ouder.
Ze waren gezellig,  staken een sigaar op of draaiden een sigaret (‘stoppen helpt niet meer’), dronken een glaasje al of niet alcoholisch en bespraken de doden, vaak met humor.
Zo is het leven, was hun filosofie bij een sterfgeval.
Leerzaam.
==

 

Over kleren.

Jeetje, dacht ik bij hetzoveelste ophijsen,  is die ook al te groot?
De laatste tijd kwam het te vaak voor, afzakkende en  slobberende spijkerbroeken.
Hoog tijd voor wat nieuws en een paar maten kleiner.
Dacht ik.
Vergeet het maar.
De slobberende broeken waren alleen maar   Uitgeleuterd  van het vele dragen en wassen
Ze zaten lekker dus trok ik ze telkens aan,  af en toe de riem een gaatje strakker en, jawel,  hijsen.
Dat ze onderhand tot bijna aan de oksel zaten besefte ik niet. De leeftijd…
Enfin.
Nu loop ik in passender kleding.
Weer eens wat anders.
==

Tijden veranderen

Lente vergist zich.
Of verdween Winter te vroeg?
Ik vroeg het hem maar kreeg slechts gepruttel te horen.  Iets van minder werkuren en te weinig vakanietoeslagen en  nauwelijks reisgeld  en zo.
Het is duidelijk,  moderne seizoenen gaan met de tijd mee.
Hebben we tòch gelijk met die veranderende klimaten.

Eeuwige liefde

Hij hield van haar. 
En zij van hem.
Zijn imposante figuur,  haar ingetogen uiterlijk,  het paste zo perfect,  ze waren voor elkaar geschapen.
Ze konden aan niets anders denken dan aan de keren dat ze mochten aantreden.
Hunkerden naar die geladen momenten en wachtten daar doorlopend op.
Meer konden ze niet doen, een koning is nu eenmaal gebonden aan regels.
Net als zijn dame.
En aan de kleur.

Ouwe taal. Herinnering

‘..en toen sou dat kirreltje wel us effe eutlegge…’

‘Koffie? aije niks aers hep…’

‘…seur niet so,  ik krag het niet netter…’


We waren niet van de zachte z en de nette ij of ei, maar bovenstaand was wel héél erg  ouwemannetjes-taal, meestal kon je zo iemand niet eens verstaan. We vonden onze eigen uitspraak heel wat beter. Nou ja, zoiets.
Verderopse familie in Noord-Holland sprak anders, weinig mooier maar ze hadden tenminste een echte ‘-ui-‘ .
Nog verderop was het WestFries de voertaal, niet veel beter dan ons Zaans.
Zuidwaarts ging het, via Zaandam-met-redelijke-taal, op Amsterdams aan. Dat was meestal een kort gespreksonderwerp: 
Mooi hè, dan taeltje.
Vi-je dat mooi?? Je laike wel gek!

Tja. Smaken verschilden altijd al.
Gelukkig hadden we de stad die bekend stond om het beste soort Nederlands in onze provincie: Haarlem.
Inderdaad kon ik geen vreemde kronkels in hun gesprekken  horen,   maar ik ben geen taalkundige.
Hadden we toch nog iets goeds.
Daar kon Brabant niet tegenop maar die hadden carnavalsleut, iets waar wíj niets van snapten.
===