Vandaag is het rapport ‘ De integrale KPI-kernset Duurzame Lnadbouw: uitwerking voor melkveehouderij en akkerbouw gelanceerd!
Het rapport is geschreven als afronding van een meerjarig project naar de ontwikkeling van KPI’s voor de duurzame landbouw in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN), waarbij Wageningen University & Research, Adviesbureay Boerenverstand en Louis Bolk instituut samenwerkten in een kennisconsortium. Het is resultaat van vijf jaar wetenschappelijk onderzoek én praktijkpilots met kritische prestatie‑indicatoren. In dit korte nieuwsbericht geeft Joan Reijs (WUR) de hoofdzaken weer.
Met dit rapport is voor 🐄 melkveehouderij en 🌾 akkerbouw een mooie basis gelegd voor een KPI-kernset, waarmee boeren hun duurzaamheidsprestaties kunnen onderbouwen.
Hier kunt u het rapport downloaden
De 5-delige podcast serie van Foodlog probeert hierachter te komen.
De overheid staat voor een serie grote opgaven, maar wat zijn de opgaven voor een individuele boer? Elk gebied, maar ook elk bedrijf heeft zijn eigen specifieke opgaven. Doelsturing geeft de boer individueel vrijheid maar ook verantwoordelijkheid.
In deze nieuwe serie probeert Foodlog erachter te komen waarom doelsturing tot op heden niet van de grond kwam, maar vooral hoe die aanpak wél zou kunnen lukken. Gaat de nieuwe coalitie hiermee uit de impasse komen?
Foodlog Cafe op 5 maart
Hier kun je je aanmelden voor het Foodlog Café @WFC op donderdag 5 maart van 16.00-18.00 uur.
De Foodlog podcasts zijn te beluisteren via Spotify, Apple Podcasts, Soundcloud en Podimo
Podcast 1: Doelsturing of doodlopende regels – gaat het nieuwe kabinet het redden?
“Multinationals kijken naar milieubelasting per kilo product, en naar CO2 belasting per kilo product, terwijl overheden hebben andere belangen, andere doelen. Die willen schoon water op die plek in Nederland, die willen een schone bodem op die plek, dus die moeten er als de sodemieter doelen naast zetten volgens datzelfde systeem en dat aanvullen en hun eigen normen opleggen”
In deze podcast vertellen Josien Kapma (Farm Hack) en Peter Leendertse (CLM) hoe doelsturing werkt, met veel ruimte voor afrekenbaar boerenvakmanschap. Maar dan komt de moeilijke vraag: wie vertrouw je met de data, en wie controleert de controleurs? En wat gebeurt er als doelsturing mislukt?
Podcast 2: Nederland op slot door boerendossier – kan doelsturing de stikstofknoop ontwarren?
In deze tweede aflevering in de serie over doelsturing legt WUR-onderzoeker Gerard Ros uit waarom we vastlopen. We weten precies wat werkt. Maar omdat we een garantie op resultaat tot drie cijfers achter de komma willen, beginnen we er niet eens aan. Ros laat zien hoe doelsturing de blokkade kan opheffen. En dat al 20–30% stikstofuitstoot kan worden bespaard door beter vakmanschap. En dat zonder grote investeringen!
Maar als dat kan, waarom gebeurt het dan niet? Omdat politiek en uitvoering keuzes uitstellen, en monitoring/data vertrouwen vraagt, zegt Ros in gesprek met Dick Veerman
Podcast 3: Beleggers en banken als groene startmotor voor doelsturing
Waarom lukt “carbon” wél in ketens, en lopen natuur en water juist vast? Hans Blonk (TJBstrategy) laat zien hoe internationale standaarden, ketendruk en vooral de financiële wereld verduurzaming aan hebben gejaagd om koolstofemissies omlaag te krijgen. Stel dat je dat mechanisme loslaat op de ambities van het nieuwe kabinet voor doelsturing door boeren. Wat moet je dan nú organiseren om van papieren doelen naar echte verbetering van milieu en natuur vanaf het boerenerf te komen?
Podcast 4: Een fles cola als blauwdruk voor beter natuur- en milieubeleid
In deze vierde aflevering over doelsturing door boeren om hun milieudoelen te halen, duikt Dick Veerman met Derk Oorburg (Vion Food Group) in de wereld waar doelsturing al jaren wél werkt: voedselveiligheid. Oorburg is dierenarts en directeur kwaliteit van vleesverwerker Vion Food Group. Daar draait alles om open normen, strikte ketenverantwoordelijkheid, afrekenbaar risico’s beheersen en sturen met ‘HACCP’: meten, leren en permanent verbeteren. Als we salmonella en dioxine ketenbreed kunnen beheersen met prestatie-indicatoren en audits, waarom krijgen we waterkwaliteit, nitraat en stikstof dan niet net zo “in control”? Luister naar een verrassend voorbeeld: hoe laat je een fles Cola helpen om onze milieu-eisen waar te maken?
De Foodlog podcast is te beluisteren via Spotify, Apple Podcasts, Soundcloud en Podimo
“Doelsturing”, het is het toverwoord in het landbouwbeleid, essentieel instrumentarium daarvoor is de ‘BoerenKPI’-systematiek die het mogelijk maakt duurzame prestaties in beeld te brengen op het boerenbedrijf. Het landbouwministerie wil in 2026 met een uitwerking van doelsturing komen.
In de zuivelketen en in oa Drenthe en Brabant is al veel ervaring met het werken met KPI’s. Meerdere andere provincies hebben het opgenomen in hun programma’s, ketenbedrijven werken steeds vaker met KPIs en zowel het agrarisch natuurbeheer als het Europees landbouwbeleid hebben steeds meer elementen van doelsturing.
Kennis van de implicaties van de overgang naar doelsturing en kunde om te werken met duurzaamheidskengetallen (KPI’s) op bedrijfsniveau zijn onmisbaar voor de toekomstbestendige ambtenaar, adviseur of ondernemer.
Na afloop ben je op de hoogte van wat doelsturing inhoud, wat de diverse interventies zijn, wat de doelen zijn en wat de bedrijfsnormen inhouden, de actuele stand van zaken voor beleid, de KPI-systematiek, hoe duurzame prestaties in beeld te brengen, voorbeelden van toepassingen, en weet je bij wie je moet zijn om meer te weten te komen.
Voor wie en wanneer?
voor wie: bedrijfsadviseurs, projectleiders en -medewerkers, erfbetreders, ambtenaren, agrarisch ondernemers, groen onderwijzers, praktijkonderzoekers.
wanneer: kennisuitwisseling, start wordt zsm bekend gemaakt; wekelijks min 3 uur, programma zie beneden.
hoeveel tijd kost het: de tijdsbesteding is flexibel en afhankelijk van je eigen behoefte, minimaal ongeveer 3 uur/week (waarvan 1 uur videobijeenkomst)
Leren wanneer jij wilt. Waar jij wilt. Wat jij wilt.
Na de eerste week met basisuitleg, ontvang je gedurende vier weken microlearnings op je telefoon, PC of tablet, en ga je er met anderen over in gesprek. In een videobijeenkomst reflecteer je op de week. Leren op een (veilige) social media manier!
Vooraanmelding: stuur ons een email ([email protected]) met je contactgegevens en zodra de datum bekend is sturen we je een email en kun je je inschrijven.
Je kunt je aanmelden via onderstaande button. Je aanmelding is definitief zodra je betaling binnen is. Vlak voor de cursus start nemen we contact op via het ingevulde emailadres. Check tzt dus ook je spamfilter!
Kosten: €495 ex BTW
Introductie, uitleg, kennismaken
Videobijeenkomst 1 uur
Wat is doelsturing? Hoe werkt het KPI-raamwerk? Waar staat de politiek? Praktijk ervaringen
Videobijeenkomst 1 uur
Integraliteit, verschillende gebruikers, keurmerken en de interventieladder
Videobijeenkomst 1 uur
Waarop is het gebaseerd? Data, borging en governance
Videobijeenkomst 1 uur
Toepassing in diverse beroepspraktijken. Netwerkend ontwikkelen.
Videobijeenkomst 1 uur
Na doorlopen van het trajecten hebben deelnemers:
Wat hebben landbouw en high tech onderwijs met elkaar te maken? Meer dan je misschien denkt. In deze video, gemaakt door FarmHack en Wageningen Universiteit in samenwerking met partners binnen het Next Gen High Tech programma, laten we zien hoe robotisering in de landbouwketen vraagt om nieuwe expertise.
De agrarische sector staat voor grote uitdagingen: van verduurzaming en efficiency tot digitalisering en automatisering. Juist daardoor biedt de landbouw enorme kansen voor onderwijs. Denk aan vraagstukken rond robotica, sensortechnologie, data-analyse en systeemdenken — thema’s die perfect aansluiten bij technisch en it-onderwijs.
In de video nemen we een kijkje op het erf bij de familie Stokman uit Friesland die werken met diverse robots, onder andere de Lely Exos maaimachine. Daarna kijken we bij de bedrijfsleider op de Dairy Campus en Leeuwarden en tenslotte komt een expert van Lely aan het woord.
De video wordt geplaatst op GroenKennis net, een platform voor onderwijs in de groene sector. Door techniek te koppelen aan herkenbare en relevante toepassingen ontstaat een nieuw beeld van mogelijkheden in landbouw. Zo laten we zien dat landbouw niet alleen gaat over voedselproductie, maar ook over innovatie, technologie en toekomstgericht onderwijs. Precies de combinatie die nodig is om de volgende generatie high-tech talenten te inspireren.
De website van ‘BoerenKPI’ is opgegaan in ‘Groeien naar Morgen’
De website van BoerenKPI is alleen nog toegankelijk als archief via deze link. Het ministerie van LVVN zal vanaf nu verdere communicatie op zich nemen voor wat betreft nieuws over KPIs, doelsturing en het toekomstige beleid. Op de website Groeien naar morgen vindt u het laatste nieuws.
Op GroenKennisnet vindt u de KPI kernset. Op de website van Wageningen Universiteit vindt u de wetenschappelijke artikelen en de updates en bevindingen rondom het eindrapport.
Over de KPI-Lives die u komend jaar nog kunt volgen kunt u op de hoogte blijven door u in te schrijven voor de BoerenKPI nieuwsbrief (als u daar nog niet op geabonneerd bent). Met vragen over BoerenKPI kunt zich wenden tot [email protected]
Op onze recente KPI Live bijeenkomst (11 dec) stond niet de oplevering van een eerste kernset KPI’s voor de akkerbouw en de veehouderij centraal, maar juist de vraag: Wat moet de prioriteit zijn voor de doorontwikkeling van de KPI-kernset vanaf 2026? We spraken met Joan Reijs (WUR) en Ellen Tijkotte (Boerenverstand). De discussie leverde inzichten op over de noodzaak van leiderschap, de puzzel met data en samenwerking.
De KPI-kernset, ontwikkeld door het kennisconsortium om bedrijfsgerichte monitoring van duurzaamheidsprestaties mogelijk te maken, is een gezamenlijk vertrekpunt, geen definitieve vaststelling. De uitdaging ligt in de toepassing!
Doelsturing moet de huidige praktijk van “middelsturing en hier en daar een paar leuke projectjes” voorbij, zo is de wens. Het Rijk is daarbij aan zet om bedrijfsgerichte doelsturing snel kaders te geven voor doelen rondom klimaat, stikstof en water (KRW). Een geleidelijke introductie zou ook kunnen, naar het voorbeeld van het Nitraat Actieprogramma. Cruciaal voor boeren is de langetermijnzekerheid. De set moet de basis kunnen vormen voor vergunningverlening door provincies. Als ondernemers kunnen aantonen dat zij presteren op de KPI’s, creëert dit een license to produce.
De operationalisering van de KPI’s roept nog de meeste vragen op over vertrouwen en praktische invulling.
Harmonisatie versus maatwerk: Het KPI-K project heeft geleerd dat één centrale tool die voor iedereen hetzelfde is, niet werkt. De focus ligt op gebruik van dezelfde databronnen, voor een uniforme berekeningswijze. Dashboard kunnen divers zijn per toepassing en per sector.
Grip houden op data en Vertrouwen: Er is groot wantrouwen bij boeren over het delen van data, zeker met de overheid. De oplossing ligt in het principe van datasoevereiniteit, waarbij de boer zelf bepaalt wie toegang heeft tot zijn brondata en tot de uitkomsten van de KPI-bepaling. Zo kun je de boerendata laten waar hij nu is (op je eigen harde schijf, bij bedrijfsmanagementsysteem of boekhouder) en daar ter plaatse de berekeningen erop loslaten. De uitkomst, een setje KPI-scores, zegt op zichzelf niets over de brondata. De boer kiest óf, en met wie, hij de KPI-uitkomsten wil delen.
Kenniscomponent: De melkveehouderij loopt voorop met de KringloopWijzer, maar er is een risico dat de KPI-set een gemakkelijke “data-voor-geld-transactie” wordt. Om echte bewustwording en verbetering te bereiken, is een stevige kenniscomponent inclusief leertrajecten en goed opgeleide adviseurs cruciaal zodat opgebouwde kennis uitgewisseld wordt, ook onder boeren.
Overheden en bedrijven moeten samen de spelregels bewaken, oftewel, onze deelnemers vinden dat een publiek-private governance structuur noodzakelijk is om de doorontwikkeling van de kernset te regelen en te voorkomen dat iedereen zijn eigen, versnipperde systeem bouwt. Overheid en bedrijven moeten ook samen betalen voor de doorontwikkelkosten.
True Value Language (TVL) is in beeld als een mogelijk publiek-privaat initiatief, waarbij de KPI-kernset het inhoudelijk motorblok’ kan zijn.
Echter, het succes van deze governance hangt af van leiderschap. De overheid, en met name de bestuurders, moeten het lef tonen om daadwerkelijk stappen te zetten in doelsturing, ook al is niet alles tot op de komma nauwkeurig geborgd, Zonder deze daadkracht blijven het twee gescheiden werelden.
De huidige kernset is uitgewerkt voor melkveehouderij en akkerbouw. Er is een sterke roep om de set ook te ontwikkelen voor andere, kleinere sectoren (zoals varkens, kippen en paarden, boomteelt en fruitteelt), die nu deels buiten de boot vallen bij bijvoorbeeld agrarisch natuurbeheerpakketten.
De oplevering van het wetenschappelijke rapport in januari 2026 is slechts het startpunt. De discussies tonen aan dat de verdere weg veel samenwerking, vertrouwen en duidelijke keuzes in financiering en regie vereist. De KPI-kernset biedt het fundament; nu moeten dappere bestuurders en ondernemers samenwerken om het daadwerkelijk te implementeren en zo de landbouw de nodige langetermijnzekerheid en duurzame waardering te geven.
Hebt u nog aanvullende input over de prioriteiten voor de doorontwikkeling van de KPI-kernset? U kunt deze met ons delen, zodat dit nog meegenomen kan worden in de prioritering van het toekomstige onderzoek.
Hier vindt u de presentatie die Joan Reijs hield tijdens de presentatie (FarmHack.nl)
Een grote banner op de buitengevel, parkeerwachters en mensen die zich naar binnen haasten. Meteen bij aankomst bij het conferentie-oord zie je dat het groot is aangepakt. Vijfhonderd mensen waaronder demissionair Minister Wiersma zijn gekomen naar de ‘Doelsturingsdag’ op 4 december ‘25.
Meerdere projecten droegen bij met hun kennis in vele deelsessies. De KPI-kernset werd door Joan Reijs (WUR) gepresenteerd. Het is het centrale instrument voor doelsturing: een uniforme taal met kengetallen op bedrijfsniveau. De kernset beschrijft indicatoren, KPI’s, die bijdragen aan een aantal doelen op het gebied van schone water, bodem en lucht en herstel van biodiversiteit. Van de kernset verschijnt op korte termijn een eindpublicatie, met een beschrijving van de bijbehorende databronnen en rekenregels.
De dag begon met toespraken van de Minister en van de voorzitter van de jonge boerenorganisatie. De minister opent voortvarend. Doelsturing is speerpunt van haar beleid, ze heeft een miljard vrijgemaakt en hoewel demissionair, ze laat het gaspedaal niet los.
De Minister heeft de Kamer beloofd dat bedrijfsspecifieke normen binnenkort bekend worden, zodat in de toekomst een afrekenbaar moment komt. Verder benadrukt ze dat doelsturing goed past bij Nederland, met veel kennis en een goed ontwikkeld landbouwcluster. Het maakt de landbouw weerbaar en innovatief, het doet recht aan inspiratie en motivatie. Om innovatie verder te bevorderen opent ze het Innovatieloket Veehouderij. Ze sluit af met een oproep: “Natuurlijk zijn er veel vragen die nog beantwoord moeten worden. Laten we dat vooral ook doen vanuit de praktijk, de betrokkenheid is groot vanuit zowel ondernemers en overheden.”
Roy Meijer (voorzitter NAJK) houdt een gloedvol betoog over de voordelen van doelsturing die hij als jonge melkveehouder ziet. Jonge boeren willen vooruit, en willen ook verantwoordelijkheid nemen voor de duurzame opgaven die er liggen. ‘We hebben iets toe te voegen’, zegt Meijer.
Maar om dat te kunnen doen zijn twee dingen nodig: bedrijfsrendement, en een florerend agri-voedselcluster waarin alle schakels gezond kunnen blijven. Let op dat we die twee dingen in stand houden, zegt hij.
NAJK ziet doelsturing niet als een mooi woord waarmee tijd gekocht kan worden, dus niet als een smoes, maar als een effectieve manier om aan opgaven te werken. Het geeft een duidelijke opdracht aan bedrijfsleven en boeren, terwijl er vrijheid is om ‘duizend bloemen te laten bloeien’ op het gebied van duurzame uitvindingen. Het beloont voorlopers in verscheidenheid.
Als aansprekende voorbeelden noemt hij hoe bedrijven CRV en Agrifirm met boeren werken aan methaanreductie, en hoe BO Akkerbouw een doelsturingsnormwaarde voor minerale stikstof in de bodem in het 8ste Actieplan nitraat heeft gebracht. Het bondgenootschap True Value Language heeft veel partijen samengebracht en is mooi in lijn met de doelsturingsaanpak.
De omvang van de sector is niet zonder meer de volumeknop om aan te draaien, is zijn boodschap. Voor het vervolg hebben we ‘dappere bestuurders binnen en buiten de sector’ nodig. Zijn slotwoorden gelden voor ons allemaal: ‘Toon lef, kom in beweging, uit de stilstand”.
Afgelopen week ging KPI-Live -ons online groepsgesprek met als doel kennisuitwisseling- over het wetsvoorstel ‘Grondgebondenheid en verantwoorde mestafzet’. Hoofdgast was Pieter Grinwis, Tweede Kamerlid namens de ChristenUnie en mede-indiener van deze initiatiefwet. Grinwis, opgegroeid op een Zeeuws akkerbouwbedrijf, is een gewaardeerd kamerlid die het politieke vak verstaat; alleen al de afgelopen week werden een aantal van zijn moties en amendementen aangenomen.
We voerden een openhartig gesprek over de voorgestelde wet, die een omvangrijke structuurmaatregel is. De vraag of binnen de wet ruimte is voor een doelsturingsaanpak kwam ook langs. Pieter Grinwis wil zorgen dat de wet zo goed mogelijk wordt, en stond open voor inbreng, waarvoor onze waardering. In dit verslag een verkorte weergave.
Een bijzonderheid is dat het initiatief voor de wet grondgebondenheid niet komt van de minister maar van Kamerleden; daarom heet het ‘initiatiefwet’. Harm Holman (NSC) opereerde in het groepje landbouwwoordvoerders samen met Grinwis, Thom van Kampen (VVD), en Eline Vedder (CDA). Door vertrek (en/of de wijziging van portefeuilles) van de anderen is Pieter Grinwis nu de hoeder van dit voorstel.
Grinwis gaf aan dat zo’n wetsvoorstel bestaat uit compromissen, dus dat hij ruimte ziet voor verbeteringen, maar desondanks de wet graag verder wil brengen. De wet is namelijk geboren uit urgentie: er móet concreet iets gebeuren om te voldoen aan de verplichting vanuit de EU voor grondgebondenheid (2032) en andere afspraken over water, natuur en klimaat. De wet heeft nog heel wat stappen te doorlopen, zo moet hij nog door beide Kamers.
Wet grondgebondenheid en verantwoorde mestafzet in het kortDit wetsvoorstel gaat over de toekomst van de landbouw. Voor de melkveehouderij legt het voorstel vast dat een boer slechts zoveel koeien mag houden als past bij de hoeveelheid landbouwgrond die hij heeft, zodat mest vooral op eigen of nabijgelegen land wordt gebruikt. Er komen duidelijke normen voor de verhouding tussen dieren en grond, die stapsgewijs worden ingevoerd. Er komt ook een norm voor de afstand waarover mest vervoerd mag worden om transportafstanden te beperken.Er zit ook een ruimtelijke ordeningscomponent aan de wet. Nederland wordt ingedeeld in gebieden waar voedselproductie centraal staat (Agrarische Hoofdstructuur) en gebieden waar boeren juist maatschappelijke diensten leveren, zoals natuurbeheer (Maatschappelijke Landbouwgebieden). Boeren in die laatste gebieden moeten zich houden aan strengere normen. In ruil daarvoor krijgen ze betaald voor de prestaties die ze leveren. Vergelijk het met de EU- bergboerenregeling voor produceren met beperkingen. Zo ontstaat meer balans tussen landbouw, milieu en samenleving. Ook kunnen boeren zo beter werken met kringlopen in hun eigen regio. Het helpt Nederland ook om te voldoen aan Europese afspraken over schoon water, natuur en klimaat. |
De initiatiefwet is volgens Grinwis niet bedoeld als een totaaloplossing voor de landbouw. Hij ziet de wet als een “vangrail’; de meeste boerenbedrijven blijven nu ook al binnen die vangrail. De wet introduceert een geleidelijk (tot 2035) oplopende norm voor grondgebondenheid. De norm bij introductie is minder scherp dan het landelijk gemiddelde. De introductie is daarmee voor de meeste boeren min of meer pijnloos en stimuleert toenemende grondgebondenheid.
De vangrail corrigeert extremen en geeft Europa een bewijs dat aan de verplichting wordt voldaan. De beoogde inwerkingtreding wordt niet verwacht vóór 1 januari 2028.
Grinwis is voorstander van de mogelijkheid om af te wijken van de norm als agrariërs met doelsturing (“minas 2.0”) goede resultaten boeken op het gebied van stikstof, waterkwaliteit en klimaat, mits dit juridisch goed is uitgewerkt (wat nu nog niet het geval is, maar wel wordt beoogd). “Tijdens de eerste evaluatie in 2030 moet er gekeken worden naar mogelijke aanpassingen om de relatie tussen doelsturing en grondgebondenheid beter te leggen.”
Grinwis waarschuwde dat de wet niet in het heden, maar in de context van de toekomst beoordeeld moet worden. Hij vreest de druk die de sector de komende jaren gaat voelen door het einde van de derogatie, de dalende melkprijs en de vergrijzing. Grinwis: “Ik vrees het jaar 2026. [..] En dan nog, stikstof- en waterkwaliteitsproblematiek zijn in principe oplosbare kwesties. Maar de échte moeilijk oplosbare kwestie is: ‘Hebben we straks nog een gezonde boerenstand in Nederland, met voldoende bedrijfsopvolgers die voedsel kunnen produceren en ons landschap kunnen dragen?” De wet moet dan ook bijdragen aan het behoud van voldoende grondgebonden melkveebedrijven in Nederland.
De recente KPI-Live sessie stond geheel in het teken van True Value Language (TVL), een initiatief van de Nederlandse voedselsector dat de KPI-kernset omarmt als gedeelde methodiek voor het meten, waarderen en delen van duurzaamheidsprestaties bij producenten. Gerben Boom (NAJK, ondernemer -melkvee met akkerbouwtak- en adviseur) en Wouter de Jong (Boerenverstand) lichtten het toe en trakteerden op een primeur: de eerste resultaten van een inventarisatie hoe KPI’s zich verhouden tot beleidskaders en keurmerken.
TVL is gestart als een privaat initiatief met de hoop uit te groeien tot een publiek-privaat samenwerkingsverband. Het initiatief richt zich op het uniform zichtbaar maken van duurzaamheidsinspanningen.
De onderdelen van de naam laten zien dat het gaat om een standaard om verborgen kosten en opbrengsten tot uitdrukking te laten komen
Net als BoerenKPI zag men een noodzaak omdat de huidige situatie, waarbij alle schakels in de waardeketen verschillende informatie-eisen stellen aan de primaire producent, niet werkbaar is voor de boer. Voor de verschillende partijen (overheid, keten, bank of NGO) moeten de KPI data namelijk aan verschillende eisen voldoen. Zo vraagt de overheid bijvoorbeeld KPI’s per hectare om een gebied in kaart te brengen, terwijl de keten zich richt op KPI’s per product om inzichtelijk te krijgen wat de duurzaamheidsimpact is. Dit resulteert in een hoge administratieve lastendruk voor de boer.
Het hoofddoel van TVL is dan ook het verlagen van de transactiekosten voor duurzaamheidsinspanningen in de gehele keten. Dit betekent onder meer: de administratieve lasten beperken, consumenten helpen duurzame keuzes te maken, en de zware controle- en uitvoeringslast voor overheden verminderen.
TVL streeft naar een gedeelde methodiek voor het meten, waarderen en delen van duurzaamheidsprestaties bij de primaire producent. Het initiatief richt zich op de coördinatie en afstemming van vier essentiële blokken:
Gerben Boom en Wouter de Jong benadrukten dat het doel niet is om eenheidsworst te maken of nieuwe keurmerken te verzinnen, maar om bestaande initiatieven te versterken door afstemming te creëren. Vooral de uniforme rekenregels voor de KPI-set en de borging moeten in gezamenlijkheid worden opgepakt.
Wouter de Jong deelde een voorlopige inventarisatie, waaruit blijkt dat de zes thema’s van BoerenKPI (bodem, water, klimaat, biodiversiteit, schaarse bronnen en dierwaardigheid) in hoge mate bruikbaar zijn voor zowel beleidskaders als voor keurmerken. Daarvoor moet de aanpak nog wel doorontwikkelen. Beleid en keurmerken leunen nu nog op maatregelvoorschriften (wat je moet doen), terwijl BoerenKPI juist streeft naar prestatie- of resultaatindicatoren (wat je bereikt). Een belangrijk punt van aandacht voor de toekomst is dat de KPI set nog geen sociaalmaatschappelijke doelen afdekt.
In de discussie kwam naar voren dat een integrale benadering essentieel is om uitruil of afwenteling te voorkomen. Alles hangt met alles samen en een goede prestatie op het éne doel kan leiden tot een verslechtering op het andere doel. Een bekend voorbeeld is meer ruimte per dier: goed voor het dier maar slecht voor emissies. Door een integrale set KPI’s te gebruiken, blijft zo’n verslechtering niet onopgemerkt. Het gesprek over welke keuzes je maakt, moet nog steeds gevoerd worden, maar kan op helderder gronden gebeuren.
De huidige KPI-K indicatoren voor dierenwelzijn dekken dierenwelzijn nog niet volledig af.
De discussie richtte zich ook op implementatie en governance. Gerben Boom gaf aan dat er gewerkt wordt aan een publiek-private stichting om gezamenlijk eigenaarschap te creëren. Wat moet die stichting doen, wat doen diverse toepassers apart van elkaar en wat samen? Wouter de Jong bracht helder naar voren: “wat we willen weten is ‘hoe reken je die KPI’s uit?’ […] Dus een standaard berekeningswijze die iedereen accepteert, en die geborgd is.” De uitkomsten van de berekening kan de boer delen met de diverse toepassers die zich aanbieden, als hij dit de moeite waard vindt. Dit onderscheid tussen managementinformatie voor de boer en geaggregeerde uitkomsten voor de keten/overheid is essentieel. Verder hoeven toepassers niet veel gezamenlijk te doen, al moet er enige regie zijn op randvoorwaarden, zodat ‘stapelen van beloningen’ ook inderdaad binnen staatsteunregels en op praktische wijze kán.
Op 4 december is de Doelsturingsdag, met interessante sprekers en deelsessies. In het nieuwe jaar hoopt TVL de ontwikkelagenda – een concrete lijst van aanbevelingen – te presenteren en stappen te kunnen gaan zetten. Ook wordt het gesprek aangegaan met internationale keurmerken en spelers. Kortom, één taal, één meetlat, en één gezamenlijke beweging vooruit!
In KPI-K ligt de focus nu op melkvee en akkerbouw. Binnenkort verschijnt hier een rapport over. Daarna kan de focus gelegd worden op andere sectoren dan melkveehouderij en akkerbouw, zoals pluimveehouderij en glastuinbouw, waarvoor de KPI-set nog doorontwikkeld moet worden.
Hier vindt u de pdf van de presentatie
De volgende KPI Live bijeenkomst gaat over de Wet Holman-Grinwis over grondgebondenheid, en de raakvlakken met doelsturing met KPI’s. Pieter Grinwis licht de wet toe. Deze KPI-Live vindt plaats op 28 november om 10:30 uur. Abonneer u op de nieuwsbrief via boerenkpi.nl om op de hoogte te blijven van alle bijeenkomsten.
Met de KPI-kernset als instrument breng je de duurzaamheidsprestaties van individuele boerenbedrijven in beeld op een universele BoerenKPI-scorekaart. Diverse toepassers kunnen vervolgens op basis van die voetafdruk prikkels instellen in de hoop het management van de boer te beïnvloeden in de door hen gewenste richting. Als het positieve prikkels zijn in de vorm van financiële beloningen, ontstaat een collectief financieringsmodel voor verduurzaming.
Die toepassers zijn bijvoorbeeld Rijk, Provincies en andere overheden, banken, grondeigenaren of bedrijven. Zij maken gebruik van dezelfde KPI-set, maar kunnen hun eigen toepassing ontwerpen, met eigen drempelwaarden. Om tot een standaard berekening te komen is afstemming en samenwerking nodig, maar de toepassing zelf -en de geboden voordelen- bepaalt iedere toepasser voor zichzelf. Dus sommige dingen doe je samen, andere apart. Net als in families.
De KPI-Live-sessie op 4 november, getiteld “Toepassingen van de KPI kernset: wie is wie in de familie?”, had als centraal thema de implementatie van een gezamenlijke set duurzaamheidsindicatoren (KPI’s) en de noodzakelijke publiek-private samenwerking om deze instrumenten grootschalig in te zetten.
De aanleiding voor het KPI-K project is helder: we moeten van een ongewenste situatie met negatieve prikkels, een gebrek aan samenhang en trage realisatie van duurzaamheidsdoelen naar een situatie waarin duurzamer boeren loont. De gekozen oplossingsrichting is de ontwikkeling van Kritische Prestatie Indicatoren als gezamenlijke taal. Deze set functioneert als brugfunctie tussen doelen (zoals klimaat, water, biodiversiteit) en acties op het boerenbedrijf, aldus Joan Reijs (WUR). Het KPI-K kennisconsortium, onder leiding van WUR en Boerenverstand, werkt in opdracht van LVVN aan deze integrale set Kritische Prestatie Indicatoren.
Om de administratieve lasten te beperken en afstemming mogelijk te maken, is een duidelijke architectuur noodzakelijk. Deze scheidt de datalaag, de rekenlaag en de presentatie/interpretatielaag. Reijs benadrukt dat het essentieel is om de rekenlaag -de berekening van de KPI’s- zoveel mogelijk centraal te beheren. Dit voorkomt onnodig verschillende uitkomsten. De flexibiliteit en het maatwerk komen in de interpretatielaag. “In die toepassing, in de presentatie en de interpretatie, daar heb je maatwerk nodig per partij”. Het KPI-K project levert dan ook “geen drempel- en streefwaarden doelbereik” op; dit is aan de toepassende partijen.
Ellen Tijkotte (Boerenverstand) legt uit dat er al diverse toepassingen zijn van de KPI-kernset binnen de ‘familie’ van publieke en private partijen:
• Provincies: Zij zijn vanaf het eerste uur betrokken bij KPI-K en lopen voorop in het gebruik. Ze zetten de KPI’s nu vooral in voor stimulering en zoeken geborgde manieren om doelbereik op gebiedsniveau aan te tonen. Om versnippering tussen provincies samen te brengen is een IPO routekaart in ontwikkeling om coördinatie te verbeteren.
• Rijksoverheid (LVVN): De Rijksoverheid is bezig met een systeemomslag en werkt aan de concrete invulling van bedrijfsgerichte doelsturing op stikstof, klimaat en water. Het KPI-K kennisconsortium ondersteunt dit programma. Daarnaast wordt erover nagedacht hoe de integrale kernset ingezet kan worden in bestaande stimuleringsregelingen.
• Decentrale overheden: Enkele gemeentes en waterschappen werken aan stimulering duurzaamheidsprestaties via integrale KPI programma’s. Voor waterschappen liggen er nog grote kansen om met KPI’s aan de wateropgaven landelijk gebied te werken. Terreinbeherende organisaties zetten KPI’s in om duurzamere bedrijven korting of voorkeur op de pacht te geven. Er wordt nu nog een grote verscheidenheid aan KPI-sets gebruikt.
• Bedrijfsleven
Zuivel De zuivelsector is vergevorderd, met name dankzij de Kringloopwijzer en de Biodiversiteitsmonitor melkveehouderij. De berekening is grotendeels geautomatiseerd. Sturing heeft al meetbare impact gehad, waaronder reducties in CO2-uitstoot.
Akkerbouw: De akkerbouw is minder ver in het gebruik van KPI’s. De Biodiversiteitsmonitor Akkerbouw (BMA), waarin de KPI’s zijn opgenomen, worden door ketenpartijen omarmd, maar de beschikbare data is nog lang niet zo compleet en uniform als in de melkveehouderij, aldus Tijkotte.
In internationaal perspectief zijn KPI’s relevant voor het bedrijfsleven vanwege CSRD-rapportageverplichtingen.
Linda Romijn (Boerennatuur) werkt samen met ZuivelNL aan het project Agrarisch Natuurlijk. Dit project werkt landelijk, in de melkveehouderij. Het doel is om de versnipperde informatie over de genomen natuurmaatregelen bij elkaar te brengen in een uniforme datastroom. Het project heeft 700 melkveehouders bereikt die advies krijgen van een agrarisch collectief over aanvullende natuurmaatregelen, waardoor zij hun KPI-score op dit gebied kunnen beïnvloeden.
De KPI-scores worden inzichtelijk gemaakt voor de boer en kunnen beschikbaar gesteld worden voor belonende partijen. Belangrijk is dat de beloning voor deze prestaties momenteel niet uniform is en verschilt per zuivelfabriek of provincie. Boerennatuur streeft ernaar dat de boer op “meerdere fronten kan worden beloond” door de kerngetallen zoveel mogelijk te uniformiseren.
De inzet van de kernset leidt tot een verandering in de sturing, van een inspanningsverplichting (afvinken van maatregelen op een lijst) naar een resultaatverplichting. Dus geen uurloon maar stukloon, aldus Josien Kapma (FarmHack). Dit betekent dat boeren wel inzicht moeten krijgen in welke maatregelen daadwerkelijk leiden tot “goede impact, goede resultaten” op de KPI’s maar dat zij ruimte hebben om daarin keuzes te maken die bij het bedrijf passen.
De grootste uitdaging voor de toekomst is de publiek-private aansturing van het KPI-K werk. Zonder deze governance structuur is er geen regie, geen voortgang. In de zoektocht naar een overkoepelend framework dat dit werk kan borgen, wordt gekeken naar True Value Language (TVL). Dit initiatief, dat eveneens streeft naar een gezamenlijke duurzaamheidstaal, zou de “nieuwe familienaam kunnen worden” voor de coördinatie van de KPI-K inspanningen.
Kortom: Er is sprake van een aanzienlijke beweging waarbij private partijen en provincies de KPI-set oppakken. In de komende periode zijn het borgen en automatiseren van data, het onderbouwen van doelbereik, en vooral het vaststellen van de gezamenlijke governance om de uniformiteit en bruikbaarheid van de KPI-kernset te garanderen.
De pdf van de presentatie vindt u hier.
De volgende KPI Live is do. 13 nov 15:00-16:15, over True Value Language, met Gerben Boom